Het geraaskal van Henk.


Topic gestart door HenkMul op 04-07-2010 (53 posts)
  1. theo

    Mod
    Joined: 18-06-2008
    Posts: 3,565


    Klinkt als iets dat in mijn straatje ligt.

    # Geplaatst op 29-07-2010 om 21:12
  2. Kaj

    Mod
    Joined: 21-06-2008
    Posts: 2,874


    HenkMul schreef:
    Maar ik doe niet - te veel - aan emotionele bespiegelingen in dit topic, dat vind ik geouwehoer. Ik vond de film een 7.8 waard. 8). Stiekem weet ik ook niet of ik het pretentieuze rotzooi vond, of best wel interessante rotzooi, daarom uitte ik niet al te veel waardeoordelen.

    Je begint al een echte M&C student te worden. ;)

    # Geplaatst op 29-07-2010 om 22:52
  3. HenkMul

    Het is Henk!
    Joined: 03-11-2008
    Posts: 1,560


    7. - #804.

    Der müde Tod (Destiny) (Lang, 1921).

    De dood is doodop door de eeuwig voortdurende aanblik van het menselijke lijden en de minachting die iedereen voor zijn harde arbeid heeft. In plaats van het onverbiddelijke ‘nee!’ dat hij altijd maar weer aan het leven verkoopt, maakt hij in Lang’s hier en daar expressionistische visie een softe transformatie door. Op het moment dat hij een man op komt halen voor een enkeltje naar het hiernamaals blijft zijn wederhelft radeloos achter en smeekt hem om de terugkeer van har geliefde. De vermoeide dood toont sympathie en biedt haar een kans – wanneer ze een van de drie gedoemde zielen van de ondergang redt, krijgt haar man het leven terug. Er volgen drie korte verhalen met een gelijke uitkomst: de dood.

    De vrouw uit het verhaal wordt aanvankelijk gepresenteerd als een oppervlakkig poppetje, dat slechts als opstap dient voor drie ogenschijnlijk willekeurige verhaaltjes binnenin het overkoepelende narratief. Maar feitelijk drukt elke verhaallijn de diepe liefde van de jonge vrouw voor haar gestorven geliefde uit, zij het dat het steeds plaatsvindt in een andere setting. Niet voor niets kiest Lang niet voor precies dezelfde acteurs in de verschillende verhalen. In het islamitische Midden-Oosten is prinses Zobeide verzot op een afvallige, maar haar jaloerse broer – de Caliph – steekt hier een stokje voor en laat hem na een paar snelle achtervolgingsscènes levend begraven. In het Renaissance-verhaal aanbidt de ridderlijke Giovan Fransesco de appetijtelijke Fiametto, maar de boze tiran Girolamo laat haar via een slinkse list haar eigen lover doodsteken. Het Chinese verhaal tot slot toont twee tortelduifjes en hun tovenaarsmeester op een vliegend tapijt, op reis naar de keizer om daar magische trucs te tonen. Ondanks het tentoonstellen van een leger minidwergen en een magisch paard vraagt de seksueel gefrustreerde spleetoog om de hand van de jongedame. Tiao Tsien en Liang kiezen het hazenpad, maar hun vermommingen ten spijt komt de laatstgenoemde door een speer aan zijn eind. Elk verhaaltje drukt, naast een geheel eigen stijl – kort door de bocht: avonturenfilm, kostuumdrama en komedie -, de onderliggende liefde uit, die naast verboden en onmogelijk ook nog eens noodlottig blijkt te zijn.

    Amor fati. De vrouw heeft hier een broertje dood aan: in de drie verhalen was de dood onvermijdelijk, maar het echte leven moet meer bieden dan dat. De vrouw lijkt haar kans niet te hebben benut, maar alsnog toont de dood zich van zijn meest amicale kant. Ze krijgt een uur de tijd om een offer te brengen, die vervolgens met de terugkeer van haar man kan worden bezegeld. Haar poging faalt en dus biedt ze in totale wanhoop haar eigen vege lijf aan. De dood is hier zo erg van gecharmeerd, dat hij voor beide arme zielen het niet al te prettige noodlot teniet doet. Met een arm om hun schouders loopt hij gemoedelijk de einder tegemoet.

    De dood als sardonische schaker is nog tot daaraan toe, maar in de regel heb ik het niet zo op de personificatie ervan, al helemaal niet als hij wordt behept met gevoelens als empathie. Maar toch maakt Lang er in dit romantisch spektakel geen potje van, integendeel: of het nu de afwezigheid van histrionisch acteerwerk is (het blijft allemaal beheerst en ingetogen) of de overtuigende invulling van de vrouw (haar lijdensweg, het opspelende geweten wanneer ze een baby redt, de drie verhalen), de dood als emo behoudt z’n geloofwaardigheid.

    # Geplaatst op 31-07-2010 om 17:17
  4. Fedor

    Mod
    Joined: 23-06-2008
    Posts: 939


    Ik vond hem vooral verfrissend en modern dankzij de voor zijn tijd ingenieuze raamvertelling en de soms prachtige shots (de omhoog leidende trap in de muur). Ik had zelf niet zozeer moeite met de personificatie van de dood (geweldig gespeeld, een rol die me doet denken aan de dood uit Det Sjönde Inseglet), als meer met het tierige oriëntalisme. Maar dat laatste komt vaker voor uit gelijke (Duitse) producties uit die jaren. De ontknoping met de baby in de het brandende huis was ook een emotioneel pluspunt!

    # Geplaatst op 31-07-2010 om 17:27
  5. HenkMul

    Het is Henk!
    Joined: 03-11-2008
    Posts: 1,560


    8. - #814.

    The War of the Worlds (Haskin, 1953).

    Dit misbaksel zou linea recta de award voor ‘grootste anti-climax aller tijden’ moeten krijgen. Nu plaats ik daar wel als kanttekening bij dat de gebeurtenissen die daartoe leiden ook niet bepaald je-van-het zijn. De oubollige special effects, de bordkartonnen figuurtjes en het ongeïnspireerde verhaal zijn hier vooral de grote boosdoeners - een screenwriter met de naam Barré Lyndon verandert hier vrij weinig aan. Hoewel gebaseerd op H.G. Wells’ gelijknamige boek blijft deze film toch duidelijk een scifi-product uit de fifties. Zo is er vanzelfsprekend de angst voor het buitenaardse (het controversiële hoorspel van de bijna naamgenoot Orson Welles nog vers in het achterhoofd, de obscure overheidspraktijken in Area 51 en eveneens de verbeterde ontwikkelingen in de sterrenkunde); het floreren van het atoomtijdperk (met daarbinnen de wapenwedloop tussen West en Oost); de (christelijke) kleinburgerlijkheid met gezin en kerk als hoekstenen van de samenleving; en naast deze historische contexten zijn er de duidelijk cheesy visuele effecten om uitdrukking te geven aan de komst van het buitenaardse.

    Waar Welles in 1938 nog de kracht van het gesproken woord kon uitbuiten om zo de bang geworden burger uit zijn tent te jagen en Spielberg in 2002 de vergevorderde CGI tot z’n beschikking had, blijft regisseur Haskin hier afhankelijk van low-budget tuinslangen en misselijkmakend rood en groen om de laserbeams mee te verbeelden. Alle inspanningen van de schreeuwende cello’s en violen ten spijt, ook op auditief vlak voelen de effecten wat gekunsteld aan. Als een van de monsters dan ook nog lijkt op een combinatie tussen ET en goatse en de manta-martians een uur lang op dezelfde wijze blijk geven van hun ‘pief paf poef’ houdt het al snel op met de kijkpret.

    Na het verplichte introductieverhaaltje van de voice over daalt er al snel een meteoor neer op aarde. Ontreddering in de plattelandsgemeenschap, want wat zou die plotselinge meteoor toch betekenen? Niemand weet het, maar duidelijk is wel dat het onheilspellende object van Mars komt, een geloof waarin iedereen op raadselachtige wijze in het verloop van de film meer wordt gesterkt. Gelukkig zijn er drie archetypische figuren om ons wat houvast te geven in deze onzekere situatie. Allereerst is er de koelbloedige loner Clayton Forrester, de rationele spil die iedereen op het hart drukt om vooral niet radeloos te worden. Daarnaast is er nog iemand zonder angst, pastoor Collins, die zonder problemen oog in oog durft te komen met de buitenaardse koekblikken: we zijn immers allemaal kinderen van god. Marsmannetjes zijn echter de uitzondering, want ons christelijk middelpunt van het heelal legt al snel het loodje. Helaas is er na deze ondergang nog genoeg om je aan te ergeren, want de intellectuele maar labiele docente Sylvia van Buren loodst onze nieuwsgierige vriend Forrester door de plattelandspoelen van dood en verderf. Ze waggelt aldoor neurotisch door het beeld en heeft geen andere rol dan het uitbeelden van angst – vanzelfsprekend werkt het niet, zeker niet als je zo over de top hysterisch doet. Daarnaast fungeert ze, hoe kan het ook anders, als romantisch schakeltje in het verhaal. Kort door de bocht: na een vliegtuigongeluk valt Sylvia in slaap in de armen van Clayton, in de volgende scène heeft ze haar hart aan hem verpand en aansluitend is de denkbeeldige liefdesbaby al in de kiem geboren.

    Deze ongeloofwaardige romance wordt, tussen alle evacuaties, atoombomdroppings en verruïneerde steden door, de verdere leidraad van het verhaal, die uiteindelijk zal leiden tot de climax waarvan je bijna moet huilen. Globale chaos en Clayton banjert radeloos door de straten op zoek naar zijn verloren vriendinnetje: hij zoekt zijn heil in de kerk, terwijl buiten de buitenaardse rekels verdergaan op hun pad van destructie. Na een onvruchtbare zoektocht vindt hij dan toch eindelijk zijn vrouw en ze vallen elkaar in de armen. De kneuterboertjes huiveren, want de kerk staat op het punt te vergaan, maar het deert de tortelduiven niets: liefde overwint alles. Warempel, het is nog waar ook! De doodsmachines begeven het en alles is weer pais en vree. Maar wacht, wat een onbevredigend einde en de bewoners – inclusief de twee geliefden – zijn dezelfde mening toebedeeld: waarom zijn de indringers gestorven, was het werkelijk de liefde of toch de goddelijke interventie? De atheïst juicht, want hoe misselijkmakend de kracht van liefde als wapen ook zou mogen zijn, de deus ex machina is wel een hele flauwe troef. Enigszins gerustgesteld wachtte ik op de aftiteling, maar nog geen drie secondes waren verstreken of de laatste resterende haren op mijn hoofd begaven het eveneens: doodleuk gortdroog vertelt de voice over hoe er kleine door God geplante microbacteriën in de lucht ronddolen die er voor hebben gezorgd dat de Marsmannen aan hun eind zijn gekomen. Einde verhaal, einde levenslust.

    # Geplaatst op 13-08-2010 om 19:45
  6. Erwan

    Mod
    Joined: 04-10-2008
    Posts: 1,489


    Ik heb toch nog best zitten genieten van deze film. Misschien komt het door mijn onvoorwaardelijke liefde voor sci-fi en Wells of door een van mijn ultieme jeugdklassiekers "Explorers" waar de film in terugkomt. Hoe dan ook, een 1.5 gaat wel heel ver, Henk. Kom op!

    # Geplaatst op 14-08-2010 om 03:43
  7. HenkMul

    Het is Henk!
    Joined: 03-11-2008
    Posts: 1,560


    Ja, toegegeven, het is een wat rigoreus cijfer en dat is dus vooral te wijten aan het belabberde einde. Als dat wat beter was uitgewerkt, kwam ik waarschijnlijk uit op een 4, ondanks mijn gelijke affectie voor sci-fi.

    In andere woorden: over het einde van Tunnel Rats was ik zelfs meer te spreken.

    # Geplaatst op 14-08-2010 om 09:58
  8. Erwan

    Mod
    Joined: 04-10-2008
    Posts: 1,489


    Als ik me goed herinner wordt tijdens het einde het boek van Wells geciteerd, maar dat weet ik niet helemaal zeker meer. Maar als ik gelijk heb, kan ik je het boek ook niet echt aanraden ;-)

    # Geplaatst op 15-08-2010 om 00:01
  9. HenkMul

    Het is Henk!
    Joined: 03-11-2008
    Posts: 1,560


    9. - #632.

    The Thing from Another World (Nyby, 1951).

    RED ALERT. /FAIL, /FAIL, /FAIL.

    # Geplaatst op 16-08-2010 om 09:15
  10. Erwan

    Mod
    Joined: 04-10-2008
    Posts: 1,489


    Ik heb zo'n idee dat 50's sci-fi niet echt je ding is ;-) Heb je "The Day the Earth Stood Still" of "Invasion of the Body Snatchers wel eens gezien? Want als je zelfs die niet leuk zal vinden gaat dat echt nooit wat worden!

    # Geplaatst op 16-08-2010 om 09:25
  11. HenkMul

    Het is Henk!
    Joined: 03-11-2008
    Posts: 1,560


    Die laatste heb ik wel gezien en staat me in positieve zin bij. Maar naar de reden daarvoor blijf ik slechts willekeurig gissen, ik zou het m'n god niet meer weten. Je hebt denk ik hoe dan ook gelijk: gevoel van realisme is voor mij in de regel een belangrijk criterium en daar falen die films keihard in. Het is een grote poppenkast. En aangezien ik film ook het liefst bekijk als visueel medium kom ik in de vrij rechttoe rechtaan mise-en-scene, framings en montage nog meer bedrogen uit. Geen nood, het ligt niet geheel aan de sci-fi, want daar zitten tenminste nog bovennatuurlijke elementen in: nee, dan dat gezever van allerlei jaren '40-diva's of het getroelala in de door mij zo verguisde musicals, daar zie ik echt tegenop.

    # Geplaatst op 16-08-2010 om 09:31
  12. HenkMul

    Het is Henk!
    Joined: 03-11-2008
    Posts: 1,560


    10. - #614.

    Sedmikrásky (Daisies) (Vera Chytilová, 1966).

    Vermoeiende Tsjechische New Wave! Ondanks dat het anarchistisch broddelwerkje slechts zeventig minuten duurt, voelt het door enig gebrek aan logica, de hyperactieve hoofdpersonen en de vele experimentele filmtechnieken aan als een vrij zware zit. Naast deze facetten zit er ook een fikse – zij het niet geheel overduidelijke – maatschappijkritiek in met daarbij zo nu en dan feministische ondertonen. Nu put ik meer voldoening uit het bekijken van een potje curling, een secuur uitgevoerde autopsie of de aanblik van een schijtende reiger dan uit dit laatste.

    Aangezien het feminisme als ideologie bijna nog lachwekkender is dan het denken van Freud, of sterker nog, de ganse metafysica, sta ik liever niet al te lang bij dit soort ongein stil. Het bekende riedeltje van de bevrijde zelfbekrachtigende vrouw kennen we nu wel. Veel interessanter is hoe regisseuse Chytilová de twee losgeslagen kindvrouwtjes in probeert te zetten om kritiek te leveren op de ongebreidelde consumptiemaatschappij (van de bourgeoisie). De vraag is alleen of ze er in slaagt dit punt een beetje overtuigend te brengen. Juist omdat ze gebruik moet maken van de qua mentale opmaak inwisselbare karakters (niet voor niets heten ze allebei Marie) is het antwoord op deze vraag een vrij resoluut – zoals de Tsjechen het zouden stellen – ‘ne!’.

    De rebelse ritalin-rekels doen zowel qua uiterlijk als gedrag sterk denken aan de jonge zusjes uit het twee jaar later verschenen Spider Baby (1968). Maar daar waar die laatste twee de maniakale drang hadden om alles en iedereen uit te moorden, botvieren de beide Maries hun frustraties, lusten en wat al niet meer op de destructie van objecten en mateloze consumptie. De oorlogsbeelden waarmee de film opent zijn een voorbode van het vernietigende pad dat de hoogst irritante blondine en appetijtelijke brunette in ruim een uur af weten te leggen. ‘De wereld is mesjogge geworden’ stelt Marie nummer een aanvankelijk vast en dus mag het ‘anything goes’-adagium beginnen aan zijn zegetocht. Ze banen zich een weg door nachtclubs langs oude, rijke mannen, knippen alles kapot wat los en vast zit, steken hun kamer in de fik en gaan zich uiteindelijk na een lange verveelde rit te buiten aan een groots eetfestijn.

    Hun Dionysische droomtocht door consumptieland wordt zeer sterk vertaald in de filmtaal. In zo’n beetje elk shot wordt er wel van filter gewisseld: de kleuren van de regenboog komen zonder overdrijven wel vijftig keer voorbij. De inzet van een bepaald filter lijkt geen andere rechtvaardiging te kennen dan slechts het benadrukken van de kleurrijke chaos. Daarnaast wordt de continuïteit van tijd en ruimte continue aan de laars gelapt: Marie en Marie dolen zwierig rond van hot naar her, van bloemenweides naar hun door en door bekladde appartement en van lichtvoetig gehups op een kroonluchter plotsklaps naar een benauwende verdrinkingsscène in het water. Nogmaals: anything goes. Maar tevens: everything goes. Want naast deze kleurenfilters en ruimtelijke discontinuïteit speelt de regisseuse ook volop met non-diëgetische toevoegingen (vlinder- en bloemenmontages als hoogtepunten), ritmische editing van bijvoorbeeld diverse soorten sloten en deuren en volkomen van de pot gerukte (dadaïstische) cut-up montage in het frame zelf. Dit laatste aspect toont het beste de technische spitsvondigheid van Chytilová – juist op het moment dat frivole Marie (*2) klaar is met het geflierefluit en de verveling inslaat als een clusterbom, wordt ze in meerdere stukken geknipt. Het frame laat zo een wirwar van onthechte delen zien, allemaal volkomen inwisselbaar.

    De wereld van de vrije consumptie zonder grenzen en de daaropvolgende continue verspilling leidt tot een naar slotakkoord voor de pin-up poppetjes. Niet alleen ligt stereotypering en de oppervlakkige identiteit van de meisjes continue op de loer, maar zelfs (zoals blijkt uit het laatste shot) de uiteindelijke ondergang. Het probleem van de overtuigingskracht van deze kritische typering schuilt eigenlijk in twee punten. Enerzijds zijn de huppeltutjes te leeg en nietszeggend om er op ook maar enige wijze mee uit de voeten te kunnen. De dartelende schaapjes zijn ongeleide projectielen die niet verder komen dan kinderachtig gefluister: wat ze te zeggen hebben, god mag het weten. Anderzijds leunt Chytilová wel heel erg sterk op het grote scala aan filmtechnieken waardoor het meer een tof, maar nog soms nogal overbodig schouwspel van haar kunnen wordt. In de regel ga ik hard op avant-garde, maar als er te lukraak technieken worden ingezet – terwijl er ergens in de diepte ook nog een boodschap gemaakt wil worden -, houdt het na verloop van tijd op met de pret. Origineel, dat zeker, maar onderhoudend, niet bepaald.

    # Geplaatst op 25-08-2010 om 16:40
  13. HenkMul

    Het is Henk!
    Joined: 03-11-2008
    Posts: 1,560


    11. - #657.

    Hoří, Má Panenko (The Firemen's Ball) (Milos Forman, 1967).

    Vorige week kwamen de doldwaze capriolen van een stel op hol geslagen kindvrouwtjes aan de orde in de volkomen van de pot gerukte Tsjechische New Wave-film Daisies. Ook ditmaal richt ik mij op een absurde exponent van die periode, een periode die overigens een vruchtbare broedplaats was voor veel kwaliteit. Een van de meest hallucinante en morbide horror-satires Zo wonnen zowel The Shop on Main Street (1965) als Closely Watched Trains een Oscar voor Buitenlandse film en zag in 1968 een van de meest hallucinante en morbide horror-satires ooit het levenslicht, The Cremator. Terwijl de communisten de scepter zwaaiden, bleef een artistieke vrijheid in zekere zin gewaarborgd. Toch zaten ook aan deze vrijheid bepaalde grenzen – The Firemen’s Ball is hier een voorbeeld van.

    Na het succesvolle Loves of a Blonde (1964) besloot regisseur Milos Forman een wat kleinere film op poten te zetten. Een anekdotische visie op een chaotisch gala van een stel brandweermannen is het gevolg. De camera volgt deze professionele waterspuiters in een zeer fletse mise-en-scene waarin de mensen nog bijna lelijker zijn dan de versleten meubels waartussen ze zichzelf een weg banen. De leden van de groep hebben een benefietavond georganiseerd voor een collega met kanker en de uit de hand gelopen invulling hiervan wordt in een beknopte vijfenzeventig minuten onder de loep genomen. Als in een doldwaze klucht vordert de avond van kwaad tot erger: aanvankelijk gaat een welkomstdoek in vlammen op, raken er allerlei prijzen op mysterieuze wijze zoek, loopt de zoektocht naar een schoonheidskoningin af met een sisser en sneuvelt er zelfs een boerderij, zodat de pokdalige brandweermannen alsnog hun heldentaak kunnen vervullen.

    Geen enkel karakter krijgt de meest voorname focus. De autoriteit wordt over een kam gescheerd, allen uitermate lelijk en enigszins corrupt en bovenal met een afwezige grip op de situatie. De tot een stereotype gereduceerde official krijgt op duidelijke manier te maken op allerlei vormen van verzet en dat zint hem allerminst. Het hoogtepunt hierin is wel de zoektocht naar het knapste meisje op het festijn. Terwijl de menigte feestviert, begeeft de ene helft van de seniele brandweer zich naar het balkon om vanaf daar te speuren naar de mooiste borstpartij, terwijl de andere zichzelf spoedt naar de dansvloer om daar de meest gracieuze benen in het vizier te krijgen. Na een korte selectie vindt er in een afgelegen kamer een vleeskeuring plaats. De vrouw als lustobject wordt door Forman helder neergezet door een duidelijk onderscheid te creeren met aan de ene kant zeven grijze muurbloempjes in het frame en aan de andere kant de (seksueel) gepikeerde brandweer. Schuimbekkend worden de meisjes van een rating voorzien. Na een onduidelijk juryberaad vindt de ontknoping van de schoonheidswedstrijd plaats, maar plots laten de meisjes het afweten. Niemand is bereid zich naar het podium te verschaffen. Ondertussen worden er meer en meer trofee-objecten ontvreemd en de brandweer ziet al hun controle verloren gaan. In een wanhoopspoging grijpen ze elk vrouwwezen in handbereik vast, dat met man en macht naar het podium wordt gesleurd. De situatie ontaardt in een beestenboel, al met al een weinig subtiel maar toch vrij hilarische sequentie uit deze klucht.

    Hoewel de subtiliteit op komisch vlak ontbreekt – veelal toch van het niveau slapstick -, is de maatschappijkritiek wel iets meer onder de oppervlakte aanwezig. Als in your face politieke allegorie werkt de film niet, maar met een beetje goede wil is de overeenkomst tussen de brandweerman (versus het volk) en het communistisch bewind duidelijk. Toen de film door het hele land werd vertoond tijdens de hervormingsperiode – de befaamde Praagse lente – was er niets aan de hand, maar na het invallen van de troepen van het Warschaupact werd het bestaansrecht van deze film al snel de kop ingedrukt. Forman koos eieren voor zijn geld en emigreerde net als vele landgenoten naar Amerika, waar hij later nog het beroemde One Flew Over the Cuckoo’s Nest en het evenzeer geslaagde Amadeus zou regisseren.

    # Geplaatst op 01-09-2010 om 11:08

Reply

You must log in to post.